
Oké, laten we het hebben over Shirley Jackson en haar boek We Have Always Lived in the Castle. Het is zo'n boek dat je aanraadt aan je beste vriend(in) met een waarschuwing: "Bereid je voor op... iets." Want jeetje, wat een verhaal!
Ken je dat gevoel, wanneer je als kind een spelletje speelt met je broer/zus en hij/zij helemaal doorslaat? Zo van: “Nee! Dit is MIJN kasteel! Jij mag er niet in!” En je dan denkt: "Wow, rustig aan, het is maar een kasteel van dekens en kussens!" Nou, doe dat gevoel maal duizend, en je begint de vibe van dit boek te snappen.
Het verhaal draait om Merricat Blackwood, haar oudere zus Constance, en hun oom Julian. Ze wonen, je raadt het al, in een kasteel. Niet letterlijk een middeleeuws kasteel met een ophaalbrug en al, maar een groot, statig huis dat hen volledig isoleert van de rest van het dorp. En dat is precies waar het interessant wordt.
Het dorp, dat is zo'n plek waar iedereen elkaar kent en alles van elkaar weet. Alsof je op je verjaardag bij je oma bent, en zij de hele middag aan het roddelen is over de buren. Alleen dan erger. De Blackwoods zijn niet populair. Sterker nog, ze worden gehaat. Waarom? Nou, een aantal jaren geleden is de rest van de familie gestorven, door arsenicum in de suiker. Oeps. En Constance is vrijgesproken, maar iedereen, echt IEDEREEN, denkt dat ze het gedaan heeft.
Stel je voor: je gaat naar de supermarkt, en alle blikken rollen richting jou. Kinderen beginnen te fluisteren. Je voelt de ogen prikken in je rug. Dat is dus het dagelijks leven van de Blackwoods. Beetje heftig, hè?
Merricat, onze hoofdpersoon, is... bijzonder. Ze is een beetje zoals dat neefje van je, die denkt dat hij een superheld is, en de hele dag met een theedoek als cape rondrent. Alleen dan is Merricat haar wereldbeeld echt anders. Ze heeft magische rituelen, begraaft dingen in de grond om het huis te beschermen, en denkt dat ze de toekomst kan voorspellen. Ze is, zacht gezegd, niet de meest betrouwbare verteller.

Constance is het tegenovergestelde. Ze is zachtaardig, lief, en leeft voor haar zussen. Ze kookt, maakt schoon, en zorgt ervoor dat alles in huis op rolletjes loopt. Ze is zo'n type dat je zou willen knuffelen en zeggen: "Het komt allemaal goed." Maar ja, dan is er dus die moord… en dat maakt alles een stuk ingewikkelder.
Oom Julian is de derde in het gezelschap. Hij is een beetje de verstrooide professor van de familie. Hij is geobsedeerd door de moorden en probeert al jaren het verhaal te reconstrueren. Hij zit constant aantekeningen te maken, en lijkt de werkelijkheid af en toe een beetje kwijt te zijn. Een soort wandelende podcast over een true crime case, maar dan 24/7.
Het leven in het kasteel is, laten we zeggen, speciaal. Het is een mix van huiselijke gezelligheid en verstikkende paranoia. Alsof je constant het gevoel hebt dat er iemand over je schouder meekijkt. En dan komt Charles langs.

Charles: De Onwelkome Gast
Charles is een neef die plotseling opduikt en de boel flink opschudt. Hij is zo'n type dat op een verjaardag komt, de duurste fles wijn opentrekt zonder te vragen, en vervolgens de hele avond klaagt over de muziek. Hij is uit op geld en heeft maling aan de gevoelens van de zussen. Hij probeert Constance te overtuigen dat ze het verleden achter zich moet laten en met hem een nieuw leven moet beginnen. Ieuw.
Vanaf het moment dat Charles binnenstapt, voel je de spanning toenemen. Het is alsof er een donkere wolk boven het kasteel hangt. Merricat haat hem. Constance is bang voor hem. En Oom Julian, die is sowieso in de war. Je voelt dat er iets staat te gebeuren, iets groots.
De Brand
En dan, BAM! Brand! Het kasteel staat in lichterlaaie. En ja, Merricat speelt hier een belangrijke rol in. Zonder te veel te spoilen: ze doet iets… drastisch. Het is alsof ze de hele boel in de fik steekt om alle problemen op te lossen. Beetje overdreven misschien, maar je begrijpt haar frustratie wel, toch?

De brand is een turning point in het verhaal. Het kasteel, hun veilige haven, hun gevangenis, wordt verwoest. Het dorp keert zich nog meer tegen de Blackwoods. De situatie wordt nog uitzichtlozer.
Leven na de Brand
Na de brand trekken Merricat en Constance zich nog verder terug. Ze leven in de ruïnes van hun huis, afgesloten van de wereld. Het is alsof ze hun eigen kleine, bizarre utopie hebben gecreëerd. Ze eten wat de dorpelingen hun brengen (soms met spuug erin, maar hé, je moet wat), en ze praten over hun fantasieën.
Het einde is… tja, hoe omschrijf je dat? Het is vreemd, verontrustend, en tegelijkertijd hartverwarmend. Het is alsof je naar een schilderij kijkt dat je niet helemaal begrijpt, maar dat je toch fascineert.

Wat maakt dit boek nou zo goed? Het is de sfeer. De manier waarop Shirley Jackson de paranoia en de isolatie beschrijft, is meesterlijk. Het is alsof je zelf in het kasteel woont, en de hele tijd op je hoede bent. Het is ook de complexe relatie tussen de zussen. Ze zijn elkaars beste vriendinnen, maar ook elkaars grootste vijanden. En dan is er natuurlijk Merricat. Ze is een rare snuiter, maar je kunt niet anders dan van haar houden. Ze is een overlever, een rebel, en een beetje gek. Maar wie is er nou niet een beetje gek?
We Have Always Lived in the Castle is een boek dat je bijblijft. Het is een verhaal over familie, isolatie, en de kracht van verbeelding. Het is een beetje eng, een beetje grappig, en een beetje triest. Het is, kortom, een boek dat je gelezen moet hebben. En als je het gelezen hebt, praat er dan over met je vrienden. Want geloof me, je zult er genoeg over te zeggen hebben.
En onthoud: wie weet woon je zelf ook wel in een kasteel... dan maar van karton en met een dikke dosis fantasie!