
Ken je dat gevoel? Je zit met je maten, biertje in de hand, klaar voor de match. België tegen Frankrijk. Een klassieker. Meer dan zomaar een wedstrijd. Het is een familiefeest, een rivaliteit die dieper zit dan de frietput in je favoriete snackbar. Maar waar komt die rivaliteit nou eigenlijk vandaan? Laten we eens terug in de tijd duiken, in een soort voetbal-tijdmachine, en kijken hoe die 'clash der Lage Landen' zich heeft ontwikkeld.
De Pioniersjaren: Een beetje onwennig, maar vol potentieel
Stel je voor: de beginjaren van het voetbal. Een zwart-wit foto van spelers in lange broeken, die meer op bakkers lijken dan op atleten. Zowel Frankrijk als België waren aan het experimenteren. Het was een beetje zoals je eerste poging om zelf patat te maken: rommelig, misschien niet perfect, maar wel vol enthousiasme. De eerste officiële interland tussen de twee was in 1904. België won. Ja, je leest het goed. België. Wie had dat gedacht?
In die beginperiode waren de wedstrijden vooral vriendschappelijk. Een soort oefenpotjes, om te kijken wie er de beste was in het schoppen van een leren bal. Maar, zoals bij elke vriendschap, zat er ook een competitieve kant aan. Je wilt toch altijd net iets beter zijn dan je buurman, toch?
De Interbellumjaren: Oefening baart kunst (en af en toe een pak slaag)
De jaren tussen de wereldoorlogen waren een periode van groei voor beide teams. De tactieken werden verfijnder, de spelers professioneler. België haalde de gouden medaille op de Olympische Spelen van 1920. Frankrijk ontwikkelde zich ook, maar moest vaak de meerdere erkennen in de Rode Duivels. Het was alsof je jongere broer ineens beter begon te worden in voetbal. Irritant, maar je weet dat je je best moet doen om hem voor te blijven.
De wedstrijden werden intenser. Er werd harder getackled, harder gelopen, en nog harder gejuicht (of gescholden, afhankelijk van welke kant je supporterde). De rivaliteit begon vorm te krijgen, langzaam maar zeker. Het was niet altijd even eerlijk. Soms was het net als in de straat: de sterkste won, en de rest had pech.

Na de Tweede Wereldoorlog: Wachten op de doorbraak
Na de oorlog moest alles opnieuw opgebouwd worden. Ook het voetbal. De jaren '50 en '60 waren een soort woestijn voor beide landen. Er werd wel gespeeld, maar de successen bleven uit. Het was alsof je vastzat in een sleur, elke dag hetzelfde werk, hetzelfde eten, dezelfde resultaten. Saai.
België en Frankrijk waren op zoek naar een identiteit. Naar een manier om zich te onderscheiden van de rest van de wereld. Het was een periode van zoeken, van experimenteren, van vallen en opstaan. En af en toe, een flinke nederlaag tegen de buren.
De Jaren '80: De opkomst van de sterren
Eindelijk! De jaren '80 brachten verandering. België kreeg zijn 'Gouden Generatie' met spelers als Ceulemans, Pfaff en Vandenbergh. Frankrijk had Platini, Tigana en Giresse. De wedstrijden werden magisch. Het was alsof er ineens een heleboel glitter en glamour over het voetbal werd uitgestrooid.

Denk aan het EK van 1984 in Frankrijk. De Fransen wonnen. En België? Die waren er ook bij, maar moesten toekijken hoe de Fransen de show stalen. Het was alsof je beste vriend een nieuwe auto had gekocht, en jij nog steeds op je oude fiets rondreed. Je gunt het hem wel, maar je bent toch een beetje jaloers.
Het WK van 1986 in Mexico was ook memorabel. Beide landen presteerden goed. Frankrijk werd derde, België vierde. Het was een soortgelijk scenario als tijdens de eerste schooldagen. Beide landen waren samen onderweg en maakten veel mee. Beide landen voelden de adrenaline en leefden op adrenaline.

De Moderne Tijd: Een golf van emoties
De laatste decennia zijn een rollercoaster geweest. België en Frankrijk hebben elkaar vaak getroffen op belangrijke toernooien. Er zijn overwinningen gevierd, en nederlagen betreurd. Het is een emotionele achtbaan, die je soms misselijk maakt, maar waar je toch steeds weer instapt.
Denk aan de halve finale van het WK 2018 in Rusland. Frankrijk won met 1-0. Pijnlijk voor de Belgen. Maar ook een bewijs dat de rivaliteit springlevend is. Het was alsof je in de finale van 'Wie is de Mol?' zat, en je beste vriend de mol bleek te zijn. Je bent boos, teleurgesteld, maar je respecteert hem ook wel een beetje.
De Toekomst: De rivaliteit leeft voort
En nu? De toekomst is ongeschreven. Er zullen nieuwe generaties spelers komen, nieuwe wedstrijden gespeeld worden. Maar de rivaliteit tussen België en Frankrijk zal blijven bestaan. Het is een deel van de voetbalgeschiedenis, een deel van de cultuur. Een beetje zoals het weer: het verandert constant, maar je weet dat het er altijd is.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2018/07/758c89ab-8abc-4f04-87e5-de916a1688a8.jpg)
Dus, de volgende keer dat je naar een wedstrijd België-Frankrijk kijkt, denk dan eens aan al die jaren van rivaliteit, van vriendschap, van triomfen en teleurstellingen. En geniet ervan. Want het is meer dan zomaar een wedstrijd. Het is een stukje geschiedenis, een stukje van onszelf.
Het is alsof je naar je favoriete band luistert. Je kent alle nummers, je weet wat je kunt verwachten, maar je geniet er toch elke keer weer van. Zo is het ook met de rivaliteit tussen België en Frankrijk. Het is een verhaal dat nooit verveelt.
En vergeet niet, ongeacht de uitslag: 'Vive la Belgique! Vive la France!', en vooral: leve het voetbal!