
Ken je dat gevoel dat je een nieuwe serie begint op Netflix? Je bent helemaal enthousiast, de trailer was top, iedereen zegt dat het geweldig is... Maar dan, na de eerste aflevering, denk je: "Hmm, oké, dit is... veel." Nou, "De Duizend Herfsten van Jacob de Zoet" van David Mitchell, dat is een beetje zo. Alleen dan in boekvorm en duizend keer epischer.
Het is alsof je een gigantische taart bakt. Je begint vol goede moed met het deeg (Jacob de Zoet zelf, een brave, ietwat saaie klerk), dan komen er lagen room (de exotische setting van Dejima, Japan, rond 1800), en dan, bam, opeens gooit Mitchell er een handvol bizarre kruiden en een suikerbeest in de vorm van een demon op. Je vraagt je af: "Waar gaat dit naartoe?"
Het Eiland Van Verrassingen (En Een Beetje Verwarring)
Het verhaal speelt zich grotendeels af op Dejima, een klein, kunstmatig eiland voor de kust van Nagasaki. Stel je voor: een mini-Maastricht, maar dan omringd door Japanse samurai en met een constante dreiging van ziektes en corrupte handelaren. Jacob de Zoet, onze held (of anti-held, dat is nog maar de vraag), komt er om zijn carrière een boost te geven. Hij wil eerlijk zijn, hij wil indruk maken... maar hij komt al snel in een web van intriges terecht dat zo ingewikkeld is als een IKEA bouwpakket zonder handleiding.
En dan heb je Orito Aibagawa, een Japanse vroedvrouw met een verbrand gezicht. Zij is de echte reden waarom Jacob niet meer aan slapen toekomt (figuurlijk dan, want hij slaapt waarschijnlijk wel). Ze is slim, mooi (ondanks het litteken), en... onbereikbaar. Want ja, er is nogal wat sociale afstand in die tijd en tussen die twee culturen.
Een Taalbad (En Geen Kleintje)
Mitchell strooit kwistig met Nederlandse, Japanse en Engelse termen. Je voelt je af en toe een soort taal-detective. Zo van: "Oké, 'scheepsbeschuit', dat kan ik nog volgen. 'Wakizashi', mmm, zoiets met een zwaard. 'Kaiseki'... ik geef het op, Google is mijn vriend." Het is even wennen, maar het geeft wel een ongelooflijk gevoel van authenticiteit. Alsof je zelf door de straten van Dejima loopt, omringd door de geuren van sojasaus en VOC-specerijen.

Het is net alsof je op vakantie bent naar een bestemming waar je de taal niet spreekt. Je pikt hier en daar wat op, je gesticuleert wild, en uiteindelijk kom je er wel uit. Het is avontuurlijk, maar af en toe ook frustrerend.
Van Handelswaar Tot Mystieke Sektes
En dan, poef, verschijnt er een mystieke sekte ten tonele. Ja, echt. Een sekte die gelooft in reïncarnatie, ontvoeringen en... oké, ik wil niet teveel spoilers geven, maar het wordt vreemd. Denk aan "Lost" meets "Shogun" meets... tja, ik weet het eigenlijk niet eens. Het is zó uniek.
Dit is het moment waarop je je afvraagt of je misschien stiekem toch iets te veel koffie hebt gedronken. Maar dan realiseer je je: nee, dit is gewoon Mitchell die Mitchell-dingen doet. Hij houdt ervan om je op het verkeerde been te zetten, om je verwachtingen te doorbreken. En dat is precies wat dit boek zo... verslavend maakt.

Het is alsof je een film kijkt die steeds van genre verandert. Eerst denk je dat het een historisch drama is, dan een romantisch verhaal, en dan opeens zit je midden in een horrorfilm met kungfu-scènes. Je weet nooit wat er om de hoek komt kijken.
Waarom Zou Je Dit Lezen? (Zelfs Als Het Een Beetje Raar Is)
Oké, toegegeven, "De Duizend Herfsten van Jacob de Zoet" is geen boek dat je even snel in de trein uitleest. Het is een episch verhaal dat je aandacht vraagt. Maar als je op zoek bent naar iets anders, iets dat je uit je comfortzone trekt, iets dat je aan het denken zet (en misschien ook een beetje aan het lachen), dan is dit het boek voor jou.

Het is alsof je een pittige curry bestelt. Het brandt in je mond, je zweet een beetje, maar je blijft toch dooreten omdat het gewoon zo lekker is. Het is een ervaring die je niet snel zult vergeten.
Uiteindelijk gaat het niet alleen om de plot, maar ook om de personages. Je leert Jacob de Zoet en Orito Aibagawa kennen, je leeft met hen mee, je juicht ze toe (of je vloekt ze juist uit). Ze worden als het ware vrienden (of vijanden) van je. En dat is wat een goed boek zo bijzonder maakt.
Dus, de volgende keer dat je je afvraagt wat je moet lezen, denk dan aan Jacob de Zoet. Denk aan Dejima, aan de samurai, aan de mystieke sekte. En geef het een kans. Misschien vind je het geweldig. Of misschien vind je het raar. Maar één ding is zeker: je zult je niet vervelen.

Het is net een achtbaan. Er zijn momenten dat je denkt: "Waarom ben ik hier aan begonnen?!" Maar als je er eenmaal uit bent, wil je meteen weer opnieuw.
En als je het niets vindt, tja, dan heb je in ieder geval een goed verhaal om aan je vrienden te vertellen. Zo van: "Je gelooft nooit wat ik heb gelezen..."
Ga ervoor! Je zult er geen spijt van hebben (waarschijnlijk dan).